Columns
Ballade van het sleutelbeen
2009. Het jaar van Darwin. Haak nog niet af! Halverwege dit stukje wordt het leuk. Eerst het volgende; Darwin is één van de denkers achter de evolutietheorie. Veel mensen hebben moeite met Darwin. Toch hebben zowel Andries Knevel, EO coryfee, als Henk Hagpoort, hoge pief der publieke omroep, afstand gedaan van de idee dat de aarde in 6 dagen geschapen werd. Dit terzijde.
Ik heb een ongeluk gehad. Mijn rechtersleutelbeen brak daarbij. En ik was tijdelijk bewusteloos. Ik ben rechts (fysiek) en muzikant. Geen gitaar- of pianospel gedurende een aantal weken. Geen werk. Wat heeft mijn ongeval nu met Darwin te maken? U vraagt het zich wellicht af. Ik ook. Nu. U kent vast de uitspraak; ‘je moet het beste uit tegenslag halen.’ Ik heb hem de afgelopen weken voorbij horen komen. ‘Hoe kan ik dat doen?’ vroeg ik mij af. U kent ongetwijfeld ook de uitspraak; ‘survival of the fittest’. Hij die het sterkste is, overwint. Men schrijft deze survival uitspraak en de idee erachter aan Darwin toe. Zowel voor de natuur als de mens komt het erop neer, dat de zwakkere door de sterkste wordt ‘opgegeten’. Dat zou dan evolutie betekenen. Niet dat ik nu bang ben opgegeten te worden door een sterker medemens.
Nu is het zo dat, doordat ik weinig kan met één arm, ik veel lees. Ik las een artikel dat de misverstanden rondom Darwin rechtzet. Het is namelijk zo dat ‘survival of the fittest’ helemaal niet van Darwin afkomstig is, maar van Herbert Spencer. Een, voor die tijd, liberaal denker uit de 19e eeuw. Darwin nam die -survival of the fittest- term over in latere versies van zijn evolutie theorie. Wist u dat ‘to fit’ in de Engelse taal ‘zich aanpassen’ betekent? Ik niet. Nu wel.
Dat plaatst de survival in een heel andere context! Wanneer men zich dus aanpast aan de geldende omstandigheden, overleeft men het beste.
Kijk naar stadsvogels, die passen de frequentie van hun fluiten aan om boven de stadsgeluiden uit te komen. Daardoor vinden ze toch een vrouwtje of mannetje. Vrijen. Eitje leggen. Beetje broeden. Wormen vangen. En we zijn weer een vogelgeneratie verder. Eskimo’s stappen over op toerisme, doordat er minder inkomsten uit de sneeuw komen, veroorzaakt door het broeikaseffect. Een zonnende roodwangschildpad die opwarmt door zijn poten en gedraaide nek als zonnepanelen te gebruiken. To fit.
De recessie is veroorzaakt door onszelf. Onze arrogantie en naïviteit met betrekking tot welvaart. Mochten we willen overleven, dan moeten we ons aanpassen. Dat kunnen we. Vaak tijdelijk. ‘Je moet het beste uit tegenslag halen.’ Ik heb het geprobeerd. Door mijzelf aan te passen aan mijn omstandigheden. Eerst heb ik met één linkerwijsvinger een gedicht getypt. Toen het beter ging met een hele linkerhand nog een.
Ik nam een slaappil om te slapen. Heb toegestaan te balen, want dat hoort ook bij aanpassen, als een natte hond zonder mand. En nu typ ik dit stukje. Voor u. De lezer. Waarvoor dank. Darwin. Sleutelbeen. Mag ik afronden door te stellen dat je het beste overleeft, iets uit tegenslag haalt, door je zo goed mogelijk aan je omstandigheden aan te passen?
To fit or not to fit, that’s the recession!
Gerhardt
—————————————————————————————————————————————–
Bent u al geïdentificeerd?
Tijdens onze vakantie in Kroatië, had ik een lang gesprek met mijn vriendin. Het ging over identiteit. Wat is dat?
En waarom betekent het zoveel voor mensen? En in welke mate verlenen we identiteit aan de wereld die we om ons heen hebben gecreëerd en de dingen in die wereld; kinderen, spullen, kleding, nog meer spullen?
Er zijn verschillende soorten identiteit zoals een sociale, genetische, persoonlijke of een online identiteit. U bent het hopelijk met mij eens dat 550 woorden te weinig zijn om al deze identiteiten uiteen te zetten. We concentreren ons daarom op het volgende: de dingen waar we onze identiteit aan verlenen. Een vraag aan u. Wie bent u wanneer u geen kleding draagt, geen huis met spullen bezit en alleen op een onbewoond eiland met een kokosrok/broek aan ( u mag kiezen) staat? Leg de vraag eens naast de volgende uitleg van identiteit: Het gevoel van persoonlijke eenheid; de overtuiging onveranderd en wezenlijk dezelfde te blijven. (bron: encylo.nl)
U bent dus op dat onbewoonde eiland wezenlijk dezelfde. Toch wordt uw identiteit bepaald door de mensen met wie u omgaat, de kleren die u draagt en die spullen in uw huis. Wanneer u graag roze polo shirts draagt en een rode trui over uw schouders heeft gedrapeerd, is de kans klein dat u gespot wordt met een Hells Angel aan uw zijde in een vriendschappelijke arm over schouder situatie.
Wat u aan de buitenkant -kleding, huis, spullen, vrienden- laat zien, zegt iets over wie u aan de binnenkant bent. Dat is prettig voor ons allemaal zodat we weten waar we aan toe zijn met de ander. Het nadeel ervan is dat u daarmee ook erg veel mensen uitsluit. En wanneer de mensen op u lijken, zullen ze het ook vaak eens zijn met u. D us echt veel nieuwe invalshoeken zult u niet vinden voor uw ontwikkeling.
Wanneer u een jongere tegenkomt met allemaal piercings en zwarte make-up op zijn gezicht, verdiep u dan eens in de identiteit van de groep waar die jongere bij wil horen. Wat verbindt hen? Vaak hebben ze juist aandacht nodig. Trouwens, wie niet? Verdieping kweekt begrip voor elkaar. Zijn we dat een beetje uit het oog zijn geraakt? Het verdiepen in elkaars wezen? Omdat alles zo kant-en-klaar op onze profielsites lijkt te staan of we al denken te weten van verhalen? Juist de wereld achter die façade van beheersbare informatieverstrekking is interessant om te leren kennen. Aan de binnenkant zijn we namelijk allemaal hetzelfde. Een kloppend hart, een ziel met wensen van aandacht en Liefde.
Dat brengt me bij de afsluiting van deze column. Ik hoor vaak verhalen over ouders die de manier van leven van hun kinderen afkeuren of veroordelen of kritiek op hebben. Zijn vooroordelen en veroordelen niet louter trucs om onze angst voor het verlies van identiteit te maskeren? Of soms zegt een klein kind iets geks tegen iemand in de trein. De moeder of vader biedt dan vaak excuses aan namens het kind aan die persoon, of wordt zelfs boos. Waarom? Zou het kunnen zijn dat deze situaties aantonen dat we ons teveel hebben geïdentificeerd met onze identiteit? Identiteit als in: alles dat ons representeert aan de buitenwereld. Dit sluit mooi aan op wat de Van Dale zegt over identiteit: gelijkheid in zijn ~ bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft.
Die bewijzen zijn dus niet die kinderen, of hun gedrag. Zij zijn eigen eilanden. U kunt er op bezoek, maar wees een tevreden gast. De bewijzen voor wie u zich uitgeeft zijn inherent aan wie u bent. Als individu. De kinderen in het voorbeeld of andere ‘vertegenwoordigers’ zijn van zichzelf. Niet van u of een ander. Zou het kunnen zijn dat de uitdaging ligt in ons Zelf niet te identificeren met de zelf gecreëerde identiteit? We zijn toch immers allemaal hetzelfde?
Zie uzelf als een kale paspop waaraan van alles gehangen kan worden. Gooi uzelf eens ‘leeg’ en kijk wat u opnieuw aan uzelf kunt ophangen. Tip: doe dit in gedachten. Creëer een nieuwe identiteit die niets met buitenkant heeft te maken! Ik begin alvast. Wens me succes.
Gerhardt
—————————————————————————————————————————————–
Wat is sfeer?
De deur gaat open. ‘Wat hangt hier een beladen sfeer!’ schalt het uit de keel van mijn vriendin door de huiskamer.
‘Ik vind de rode lijn in de column voor Mei niet. Ik ben laat met het inleveren ervan en ik wil de redactie niet teleurstellen.’ Om wat informatie te vergaren google ik het woord ‘sfeer’. 6 miljoen resultaten.. De eerste 10 pagina’s laten enkel resultaten zien die betrekking op interieurinrichting, voetbal en spullen hebben. De overige pagina’s laten zich raden.
Ik ben verrast dat er geen enkele pagina over het niet tastbare van sfeer gaat. Ik denk persoonlijk bij sfeer aan iets dat je niet kunt vatten. Een gevoel. Fijne herinneringen die hun kop opsteken op een onverwacht moment. Dit brengt me op een idee. Herkent u iets in het volgende? Lekker eten. Kaarsen aan. Kachel iets hoger. Colbertje uit. Glaasje wijn. Met je vrienden, gezin of partner een fijne avond hebben. Gezellig. Een spelletje doen. Biertje erbij. Er is voetbal op de televisie. De bel gaat, je vrienden aan de deur. Een zak chips en voeten op tafel. Gezellig.
Stelt u zich nu eens exact hetzelfde voor als zojuist beschreven, maar dan met iemand aan wie u een hekel heeft. Een ex-partner, een foute collega of een puberend kind die u niet meer herkend als één der uwen. Is het dan ook nog heerlijk en gezellig? Hangt er dan een goede sfeer? Zou het kunnen zijn dat voedsel en spullen ‘sfeerversterkers’ zijn en geen ‘sfeerbepalers’? Dat je een huis vult met sfeerspullen uit een zekere Zweedse zaak. Maar zolang je niet tussen die spullen zit met iemand waarbij de sfeer goed zit, die spullen levenloos blijven? Zou het ook averechts kunnen werken? Dat wanneer je de sfeer in je huis teveel onttrekt uit de spullen die erin staan of de luxe van etenswaren, je wellicht uit het oog kunt verliezen dat de essentie en kwantiteit van sfeer hem zitten in de mensen met wie je deze externe prikkels ondergaat? Kan het ook zijn dat je sfeer ervaart bij spullen, omdat ze je herinneren aan de goede momenten die je er aan beleefde? Het kan wellicht ook zitten in welke affectie je voelt bij spullen. Die zijn voor elk mens weer anders.
Uiteindelijk vindt sfeer zijn raakvlak in jou. In hetgeen waarvan jij hebt ondervonden dat je er van geniet. In de mensen die jij om je heen hebt verzameld. In het feit dat iets goed voelt. En iets dat goed voelt zit in jezelf, daar geloof je in. Dat zit in jou. Wanneer iets niet goed voelt of wanneer je merkt dat de sfeer niet goed is, wat doe je dan?
Ik pak een glas wijn en staar uit het raam naar de jachtige wolken die mij het zicht op de maan onthouden. Ik neem een slok van mijn wijn, staar nog wat voor me uit en beëindig mijn contemplatieve staat. Ik trek de conclusie dat ik met deze column een dimensie hoop te voegen aan de manier waarop u, leuke lezer, sfeer waardeert.
‘Ben je klaar?’ vraagt mijn vriendin.
‘Ja’
‘Gezellig’
Gerhardt
—————————————————————————————————————————————–
Lang leve de Magie!
Je kent ze wel. Van die blaadjes waarin staat uitgelegd wat er precies plaatsvindt wanneer we dromen, verliefd of angstig zijn, waarom jonge dieren er zo lieflijk uitzien en ga zo maar door. Dat kan erg interessant zijn. En soms wellicht helpen de wereld iets beter te begrijpen. Ik heb eens naar een bloem staan kijken. De zon scheen erop. Het leek alsof de bloem uit licht leek te bestaan. Het was intens en ontroerend om te zien, die eenheid van licht en natuur.
De persoon met wie ik op pad was vroeg waarnaar ik keek. Ik vertelde het hem. ‘Oh’ zei hij, ‘een bloem bestaat uit kleurenmoleculen, hieruit is een bloem….het zonlicht…’ Nadat de uitleg was gedaan, vroeg ik hem of de uitleg iets veranderde aan de schoonheid van de bloem en het moment. Hier had hij geen antwoord op. Ik ook niet. Maar die bloem stond er nog steeds. In de zon. Te stralen. Mooi te zijn. En dat was een feit dat niet uit te leggen viel. Verliefd zijn heeft ongetwijfeld iets met de voortplanting te maken. Toch hoort hier ook een niet te verklaren aspect bij dat magie heet. Waarom net zij of hij? Je gaat niet met die ander zitten praten over het waarom van het verliefd zijn toch? Jij voelt. De ander voelt. Het voelt goed. Klaar is kees. Je gaat niet met de ander over de door jouw aangedragen argumenten praten om te besluiten over te gaan tot een verder verdieping van het andere wezen. Nee. Je bent verliefd. Je lijf staat in brand en wil alleen nog maar samen zijn met die ander.
Waarom dit stukje? Ik wil graag een beetje bijdragen aan het behoud van de magie, het niet alles willen verklaren. We leven in een tijd waar we met kennis om onze oren worden geslagen. Dat kan heerlijk zijn. Kennis verklaart soms dingen, maar een verklaring zegt niets over hoe iets voelde. En uiteindelijk hebben we ons gevoel nodig om te leven. Zou het kunnen zijn dat we daarvoor op aarde zijn? Beter leren voelen? Meer ‘gevoelsweten’ ontwikkelen?
Stel jezelf de vraag eens: wat weet ik nu werkelijk? Socrates zei altijd tegen de mensen die hij sprak: ‘Ik weet niets.’ Of ‘Ik weet dat ik niets weet’. Je zou misschien kunnen stellen dat kennis in de weg kan staan van het ‘diepere’ zien. Want voelen behoeft geen kennis. Je voelt iets. Punt. Je hebt misschien wat tools nodig om te weten waar te voelen, maar het gevoel blijft als laatste over. Wat waren voor u de afgelopen tijd momenten die magisch waren? Een mooi schilderij doet iets met je. De merel fluit eenzaam zijn avondlied. De zonsondergang beroert je zintuigen.
Deze column komt voort uit een gesprek dat ik had met René van Leeuwen, een eigenzinnig mens en kunstenaar uit Hoorn. Als afsluiter een fragment uit een gedichtje dat hij me eens mailde:
De snoek eet een voorn.
De reiger eet het eendenpulletje.
De zon is warm.
Je hart klopt.
De fiets geruisloos vooruit.
Wind door je haar.
Neus vol met geur.
En je denkt.
Hé…
Ik vind je lief
Gerhardt


